Eerdere tekst van  21.02.01. herzien en aangevuld op 22.02.01.
Zie onder 'huidige politieke verhoudingen': Actualiteit.
Zie onder 'collaboratie':  Fasseur, falsificateur, en Wilhelmina.


Welkom in dit websennest!

De Nederlandse taboes blijken een wespennest te zijn.
Sinds tien jaar heb ik mij daar dagelijks in gestoken.
Er zijn voornamelijk twee taboes. Wij vallen met de deur in huis:
- de eerste is het Huis van Oranje,
- de tweede is het Englandspiel.

Deze twee taboes, wel algemeen bekend maar niet graag erkend, blijken nauw met elkaar verbonden te zijn.

Een en ander is ook niet zonder verband met het huidige 'Maximalistisch' gedoe van kroonprins Willem Alexander en koningin Beatrix.
Hun arrogantie en hun onverschilligheid tegenover medeplichtigen van misdadigers tegen de menselijkheid (Samaranche/Franco en Zorreguieta/Videla) bouwen voort op een geheide Oranje-traditie. Deze 'rüchsichtslosigkeit' werd al ingeluid met de liquidatie door Oranjes van Van Oldenbarneveldt en de gebroeders De Witt.
Dat hun kolossale fortuin ook nog Koninklijke Olie op het vuur brengt, wordt als extra taboe zorgvuldig veronachtzaamd.
De meeste Nederlanders koesteren echter, op Stalinistische wijze, een verafgoding voor de leden van het Huis van Oranje. Zij 'haben es nicht gewusst', en willen het ook niet weten.

Twee andere 'taboes' zijn nog uit bovengenoemde eerste taboes voortgevloeid, als gevolg van de ontstane situatie na de afzonderlijke vlucht van koningin Wilhelmina en van de Nederlandse Regering naar Londen, en na de Nederlandse capitulatie van 14 mei 1940:
- de secretarissen-generaal waren de officiële vertegenwoordigers van de Regering te Londen bij de Duitse burgerlijke bestuurder van bezet Nederland, Seyss-Inquart,
- Nederlands Oost-Indië was inbegrepen in de capitulatie van 14 mei 1940 en zou worden opgenomen in de Germaanse Nieuwe Orde.
'Taboes' staat bij deze laatste twee feiten tussen aanhalingstekens, want zij zijn niet of nauwelijks bekend, althans niet als zodanig gepubliceerd, laat staan als taboe kunnen worden gewaardeerd.

Het allereerste taboe is zo ingeburgerd, dat het zelfs bij de Grondwet is vastgelegd: de Koning is onschendbaar! Grondwettelijk gezien is Nederland blijkbaar een achterlijk land. Want een halve eeuw na de Franse revolutie, waarbij in theorie het koningschap werd afgeschaft, werd in 1848 in Nederland bij de nieuwe Grondwet niet alleen vastgesteld dat de Koning onschendbaar was - maar ook dat de ministers verantwoordelijk waren. Ook voor wat de Koning deed, en zou, en zal doen.
Daarmee was natuurlijk het hek van de dam. Want kennelijk werd verondersteld dat Oranjes zo eerlijk waren als goud. Nederland blijkt dan ook, zoniet een bananenrepubliek, dan toch een mandarijnen-koninkrijk te zijn.
De traditionele uit de lucht gegrepen ongegronde kreten als 'Vader des Vaderlands' en 'Moeder van het Verzet' dienen slechts om het 'Ik zal handhaven' (van mijn macht en fortuin) een schijn van rechtsgrond te geven.
De zo geroemde Nederlandse democratie, de zo gekoesterde vrije meningsuiting, blijken dus aan een kritische beschouwing niet te kunnen weerstaan. Bovengenoemde taboes blijken niet te kunnen worden doorbroken. Daar werd en wordt ook anderszins voor gezorgd.
Een paar voorbeelden maken dat overduidelijk.

- Een Parlementaire Enquêtecommissie werd in 1947 ingesteld om Parlementaire wantoestanden uit te doen pluizen door Parlementairen aangewezen figuren. Het onderzoek betrof de kabinetten-De Geer, -Gerbrandy en -Schermerhorn-Drees. Het duurde tot 1 januari 1957 "De handelingen van het Staatshoofd (Koningin Wilhelmina, de 'rijkste vrouw ter wereld') kon en mocht de Commissie niet onderzoeken." "Weliswaar was de verhouding tussen het Staatshoofd en de Ministers in de Londense tijd anders dan in normale tijden /.../. Dit kwam tot uiting door het zwaartepunt te verleggen naar het Staatshoofd /.../", maar de Ministers bleven verantwoordelijk voor het beleid.
Daarom werden de passages waarin getuigen de persoon van de Koningin betrokken, uit de stenogrammen geschrapt. Hoogst belangwekkende figuren werden door de PEC eenvoudig niet gehoord, en wanneer bij een verhoor toevallig op een brandbaar feit werd gestuit, werd snel op een ander onderwerp overgegaan en kwam veel niet aan het licht. De voorzitter heette dan ook Donker, de griffier Duisterwinkel.
Men kan zich dus voorstellen wat er van dit onderzoek terecht kon komen.
(Dat is ook nog weer geïllustreerd door de Parlementaire Enquêtecommissie voor de Bijlmerramp, waarbij de verantwoordelijkheid van de Rijksluchtvaartdienst moest worden verdoezeld. De verantwoordelijkheid van de verkeersleiding is zonder meer duidelijk, want een vliegtuig dat drie rondjes heeft kunnen draaien had met veel meer gemak direct veilig kunnen landen.)

- De officiële Nederlandse geschiedschrijving over Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog werd door de Nederlandse Regering toevertrouwd aan een Rijksambtenaar. Die Rijksambtenaar had de eed van trouw aan de koningin afgelegd. Aan deze geschiedschrijving werd begonnen niet meteen na de oorlog, maar in 1969, een kwart eeuw
later! Men kan zich voorstellen wat ervan terecht kon komen. Talloze feiten en namen worden eenvoudig niet genoemd. Deze geschiedschrijving doet dan ook niet onder voor die van de zo verguisde voormalige Sovjets.

Vandaag staat de publieke voorlichting er niet rooskleuriger bij. De 'ouwe koek' is niet zo oud, dat hij niet nog steeds in de doofpot moet worden bewaard!

- De Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet Nederland heeft, ondanks alles, prins Bernhard tot Beschermheer. Controversiële artikelen werden in hun tijdschrift Kontakt niet geplaatst. Men kan zich voorstellen wat van een vertegenwoordiging van Het Verzet terecht kon en kan komen.

- De Documentatiegroep '40-'45 "stelt zich ten doel de belangstelling voor en de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, zijn oorzaak en zijn gevolgen (dus ook nà de oorlog), in de meest ruime zin te bevorderen. Zij tracht haar doel te dienen met alle wettige middelen.'
Deze 'documentatiegroep' laat mij na inzending van artikelen met betrekking tot o.a. het Huis van Oranje en het Englandspiel echter weten: "Wij hebben tenslotte besloten dat uw commentaar /.../ zal worden afgedrukt, echter zonder uw kritiek op het koningshuis. Bij onze leden zou dit niet goed vallen zoals ons is gebleken". "Voorts is in de redactievergadering besloten geen artikelen meer van uw hand op te nemen die een duidelijk controversieel karakter dragen of het koningshuis betreffen. Dit om dezelfde reden als boven omschreven."
Ik liet op mijn beurt weten "dat, gezien de verdraaide wijze waarop in het algemeen de officiële geschiedschrijving plaatsvindt, kritiek daarop automatisch leidt tot "polemieken" met "controversieel karakter". En dat lijkt mij nu juist uiterst gezond. De ellende in de wereld is voortgekomen uit het feit, dat dergelijke kritiek door b.v. de nazi's en 'volksdemocratische' dictatuur niet werd getolereerd - en nu dus ook in Nederland!
"Het is immers juist door de publicatie van controversiële opinies dat men tenslotte van de geschiedenis een juister beeld kan krijgen. En het is in de Nederlandse geschiedschrijving nu eenmaal onmogelijk om het koningshuis er dan buiten te houden. Op straffe van een leugenachtig en misleidend beeld - waardoor zo gevoelige 'Oranjefascisten' (de term werd al in 1942 in Londen gebruikt) niet kunnen worden "gekwetst".
Kennelijk is dat voor Terugblik geen bezwaar. Wat, in alle objectiviteit, als uiterst kwalijk kan worden gekenschetst."
Sommige ridders laten zich graag versieren. Zij zijn met een lintje te strikken. In het nummer van oktober 2000 van Terugblik kwam de Oranje aap uit de mouw. De voorzitter, Wybo Boersma, kreeg op 15 september j.l. "de versierselen opgespeld van zijn bevordering tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau."

- De officiële Nederlandse openbare herdenkingstoespreker Adriaan van Dis, sprak in mei 1998  in zijn 4-mei-rede over "recht op gedegen onderzoek", "het verleden in nuances ontleden", en van "een opdracht aan onze generatie" om die taak op zich te nemen.
Ik wees hem op het Englandspiel, en gaf hem informatie daarover. Ik vroeg Van Dis om mij te helpen mijn onderzoek te publiceren. Hij liet mij weten dat hij mijn loopjongen niet wilde zijn.
Ik schreef hem terug: "Ikzelf ben met die opdracht nu tien jaar dag in dag uit bezig, en ik moet er tal van andere bezigheden voor laten vallen. Moet ik mij nu beschouwen als een loopjongen van de mensen die in de oorlog schandelijk zijn misbruikt, en wier leven werd gestolen? Zo ja, dan doe ik dat graag, ook als een soort loopjongen voor de toekomst van de samenleving - zo durf ik pretentieus te hopen. En zoals ik eerder, in het verzet, loopjongen was, en ik jarenlang 'oorlogs'vrijwillig als loopjongen (soms 30 kilometer per dag door het oerwoud van Sumatra) van de onbenullige Nederlandse regering was - en ik al die jaren door deze misleid ben geweest."

Het ergste is, dat bovenomschreven kwalijke voorlichtingssituatie wordt geslikt. De andere Nederlandse media hobbelen mee. Zij tonen geen belangstelling voor dit soort netelige zaken. Ik vond betreffende mijn herhaaldelijke talrijke inzendingen van informatie nog geen uitzondering. De Nederlandse journalisten zijn in het algemeen  als kippen in een legbatterij. Als een automaat floepen zij hun tekst eruit, in de gewenste afgeronde vorm. Weten zij veel, dat je ook vrij rond kunt lopen en hier en daar een interessant controversieel graantje kunt oppikken?
Vergelijk eens de inhoud van huidige opiniebladen met dezelfde in hun begin. Toen moesten zij zich door een controversiële stellingname bekend en geliefd maken bij een kleine groep strijdbare geïnteresseerden. Later ging het erom de lezerskring uit te breiden, en als commerciële kapitalistische onderneming de omzet en de winst te vergroten. Dit wat betreft ter linker zijde, rechts was en is een eventuele controverse niet van gevaarlijke aard voor het bestaande kapitalistische systeem. Gigantische bedragen, en dus machtsinvloed en -uitoefening, kunnen in de media-uitgeverij gemoeid zijn.
Oef.

Tot hier zijn uitsluitend Nederlandse redenen tot terughoudendheid genoemd.
Er is nog een zeer belangrijke Groot-Britse reden voor geheimhouding.Dat is de eeuw-oude opvatting van het principe van de machtsverdeling in Europa:
Groot-Brittannië zijn Imperium, Duitsland de baas op het Europese vasteland.
Amerikanen waren in juli '42 zo achterdochtig betreffende de bedoelingen van Churchill, dat een onderzoek werd ingesteld, en deze conclusie werd getrokken. Wij komen ook daarop in andere hoofdstukken nog uitvoerig terug.

Verantwoording.

Mijn persoonlijke bewogenheid komt voort uit het feit, dat ik tijdens de Duitse bezetting met mijn dierbare ouders en kameraden zelf het leven in de waagschaal heb gesteld, en dat ik nu alle erbij omgekomenen recht wil doen. Wij zetten ons indertijd in met de bedoeling om daarbij het algemeen belang te dienen. Daaronder telde de eenvoudige dienstbaarheid aan medemenselijke beweegredenen, zoals de hulp aan joden en andere onderduikers. Voor anderen was een breder en meer duidelijk politieke stellingname (ook nog) een reden. Deze scheiding wordt hier gemaakt, omdat een verzetsmakker mij eens verzekerde: "Ik doe niet aan politiek"!
Als drager van het speldje van de Nederlandse Unie in 1940-'41, als toenmalig Oranjeklant, als piepklein verzetsdeelnemertje, als drager van de armband met het opschrift Oranje, als oorlogsvrijwilliger tegen Japan maar in feite 'voor Koningin en vaderland' in Indonesië, wil ik erkennen dat ik toen misleid ben geweest. Dat is beter dan te blijven volharden, zuiver en alleen vrijheid, recht, en democratie te hebben gediend.
Met de formule e = mv2  (Englandspiel = macht x valsheid2) zou ik mij de Zweistein van het Englandspiel kunnen noemen (na de Einstein van de wiskunde). Maar ik ben niet op zoek naar roem. Ik streef ook geen enkel winstbejag na. Als er een Nobelprijs voor Bescheidenheid zou bestaan, zou ik een goeie kans maken.

De eerste die mij de ogen heeft geopend voor de werkelijkheid van Nederlandse autoritaire wandaden tijdens (en voor en na) de Tweede Wereldoorlog, met name in het Englandspiel, was mr. J.E. Van der Starp. Hij was aangewezen als de verdediger van de 'verrader' Van der Waals'. Deze was bij de bevrijding aanvankelijk in Britse dienst naar Duitsland geholpen, maar werd in december '45 vastgezet en bij voorbaat aangeduid als de voornaamste 'schuldige', de zondebok van het Englandspiel. 'Verrader' staat hier tussen aanhalingstekens, want dat blijkt bij Van der Waals een kwestie van opvatting te zijn. Zoals men vandaag  politie en rechters ook kan opvatten als 'verraders' van huidige wetsovertreders.
De brochure met openbaringen, Een dolkstoot in de rug van het Nederlandse volk, die  genoemde mr. Van der Starp al in februari 1950 publiceerde, werd dan ook door de regering in beslag genomen en vernietigd. Zijn carrière werd gebroken, en hij stierf in verdachte omstandigheden.

Bij mijn nog steeds voortdurend onderzoek stuit ik voorlopig uitsluitend op inlichtingen, welke de gegrondheid van mijn opvatting van de feiten bevestigen. Elke dag opnieuw vervliegt meer van de hoop, toch eindelijk eens een bewijs van de onjuistheid van mijn analyse te vinden.
Ik beken het: niet zonder leedvermaak geef ik u hier de waardering van mijn werk door een paar 'kenners', historici: geraaskal, complottentheorie, communistisch. Daarnaast wordt ik gewaarschuwd dat "een ongeluk is gauw gebeurd", omdat mijn verhaal te juist zou zijn. Ook werd mij verweten, te duidelijk man en paard te noemen. Terwijl daarmee nu juist pas de zaken duidelijk kunnen worden gemaakt.
Bij de behandeling van de diverse onderwerpen zullen herhalingen optreden. Dat is onvermijdelijk, door het nauwe verband dat er tussen bestaat. Die herhaling kan alleen maar dienen om dat verband te benadrukken en bevestigen. Het is juist dit verband dat door de wijze van geschiedschrijving van Rijksambtenaar L. de Jong wordt verdoezeld.
Over de diverse onderwerpen kunnen door aanklikken van hun aanduiding (hoofdstuk) meer bijzonderheden worden verkregen.
De talrijke voetnoten met aanvullende opmerkingen en bronvermeldingen zijn in deze website niet opgenomen. Voor belangstellenden zijn zij op aanvraag via e-mail beschikbaar.
Zo heb ik geen uitgever meer nodig, en kan toch het 'Oranje-klokwerk' niet meer worden teruggedraaid.
Wanneer bewijsvoering wordt gevraagd, kan worden herinnerd dat in de wiskunde de term 'bewijs uit het ongerijmde' bestaat. Deze term blijkt zéér toepasselijk bij deze historische totaal ongerijmd lijkende - maar wel degelijk opzettelijk uitgevoerde maar verbloemde - zaken!
Ik kan zelfs een schuldbekentenis van Wilhelmina vertonen. Deze is weliswaar niet ondertekend, maar dat kan en mag geen bezwaar zijn. Want ook de niet ondertekende schuldbekentenis van Van der Waals werd en wordt als echt beschouwd.
De hierboven geplaatste opmerkingen over Wilhelmina zullen in Nederlands door een meerderheid niet worden gewaardeerd. Om ook hen een plezier te doen kan het volgende, historisch juiste, feit worden vermeld:
Koningin Wilhelmina was een geëerd en geliefd vorstin. Haar herinnering leeft zo nog voort.
Maar nu kan de hamvraag worden gesteld: was en is dat ook terecht? Is populariteit en eerbewijs een garantie voor de goede menselijke kwaliteiten van de betrokken persoon? Waren niet ook geëerd en geliefd de dictators: Hitler en Stalin, Peron, Videla en Pinochet, Stalin en Mao?

Wilhelmina's eer.

Al eerder deed zij niet gewoon,
zij was gek op eerbetoon.
Eerbewijzen vond zij fijn,
zij wou steeds graag de eerste zijn.
Met de eer ging zij graag strijken,
zo liet zij ook haar eerzucht blijken.
Zij wordt door iedereen vereerd,
niemand vindt hier iets verkeerd.
Men leent haar veel eerwaardigheid
Dat lijkt per slot meer aardigheid.
Want al wat eer is vindt men heerlijk.
Eén ding ontbreekt - en dat is eerlijk.

Mijn 40-jarige ervaring in de sector van de communicatie - een kapitalistisch-commerciële onderneming - heeft mij geleerd dat deze bestaat uit 3 fases: verleiden, belangstelling wekken, overtuigen. Voor de eerste fase is het nodig om in de richting van de haren te strijken, en niet er tegenin. Bij de tweede en derde heeft men alleen kans op succes, als een ontvankelijk publiek wordt benaderd. Die ontvankelijkheid blijkt moeilijk te peilen: 80% van de op de markt gebrachte producten worden, de marketing ten spijt, een flop. De veelal door traditie gekenmerkte consument wil er niet aan.
De producent moet zich aanpassen aan die traditionalistische markt. Hij moet in de richting van de haren strijken. Hij moet zich aanpassen, ook bij de 'verkoop' van sociaal-economische en politieke berichtgeving.
De commerciële aanpassing kan zover gaan, ondervond ik, dat bij de ondertekening van een miljoenencontract voor de bouw en inwerkingstelling van een enorm productiecomplex aan Arabieren, de joodse president-directeur van de onderneming die dat contract aanbood, voldeed aan de Arabische eis om op dat moment de vergaderzaal te verlaten.

Nu wil ik nog bekennen, dat ik aanvankelijk niet wist waar ik aan begon. Behalve het doorlezen van talloze documenten en publicaties, moet van de gelezen tekst ook nog de juiste betekenis worden begrepen. Dan moet het verband met andere feiten worden opgemerkt. Wanneer dat is gebeurd, moeten eerdere teksten nog eens worden herlezen, omdat de erin genoemde feiten in het opgemerkte verband een andere betekenis blijken te krijgen.
Vervolgens moet alles worden gerangschikt en in een voor belangstellenden leesbare vorm worden gegoten. En dan moet het tenslotte ook nog eens aan die belangstellenden bekend worden gemaakt.
Dat blijkt als tienjarig eenmanswerk een hele klus te zijn.
Bij dit alles zijn kleine vergissingen en tikfouten natuurlijk niet uitgesloten. Daarvoor bied ik bij voorbaat mijn verontschuldigingen aan. Correcties zal ik graag ontvangen. Voor de verdere inhoud, en met name de opvatting van de betekenis van het gebeurde, neem ik de volle verantwoordelijkheid.

Deze inleiding sluit ik, na mijn dank voor uw belangstelling, met de opmerking, dat ik mij ervan bewust ben dat, in ons vrije vaderland, zekere openbaringen niet geheel zonder risico's zouden zijn. De tijd zal het leren.
Ik wil nogmaals benadrukken, dat ik uitsluitend en alleen het algemeen belang wil dienen.
En tenslotte wil ik bevestigen, zoals gebruikelijk en door mij dikwijls herhaald, dat ik met bovenstaande vaststellingen niet wil beweren dat het alléén zo was, maar dat het ook zo was.

                                                                                Charles Destrée.

                                                                                                           Bedeeld met het Verzetsherdenkingskruis,
                                                                                                           en met het Kruis voor Orde en Vrede.

P.S. Mijn excuses voor eventuele tikfouten. Het is allemaal maar "één(oude)manswerk.