Eerdere tekst van 21.02.01.herzien en aangevuld op 02.03.01.
Onderaan: Actualiteiten: Shell, Exxon.
Voor meer Maxima, zie 'Collaboratie'.


Huidige politieke verhoudingen.

Traditiegetrouw wordt er in Nederland over het Huis van Oranje niets echt kwalijks gezegd of geschreven.

Het kan ieder bekend zijn dat de Nederlandse minister-president nog steeds zijn geheime besprekingen voert met het Koninklijke staatshoofd, Hare Majesteit Koningin Beatrix.
Haar eigengereide optreden, dat doet denken aan dat van haar oma Wilhelmina, roept soms wel enige kritiek op.
Terwijl de hele wereld protesteert tegen de verkiezing van de neo-nazi Haider in Oostenrijk, en gesproken wordt van boycot, gaat Zij er ijskoud heen met vakantie.

Ik hoorde door iemand zeggen in een tv-uitzending in november 2000, dat de traditie van Oranje is: het opkomen voor de minderheden. Gek, daar had ik nu niets van gemerkt, maar dat zal wel komen door de bescheidenheid van de Oranjes, die dat niet aan de grote klok hangen.
Ik merkte echter een andere traditie op.
Koningin Wilhelmina, de 'rijkste vrouw van de wereld', haalde de Duitse oorlogsmisdadiger Wilhelm II ons land binnen (hoe kwam hij er anders).
Prinses Juliana trouwde met de voormalige SS'er Bernhard.
Juliana en Bernhard gingen graag op bezoek bij oorlogsmisdadiger Wilhelm II.
Prinses Beatrix trouwde met een voormalige Hitler-Junge uit een nazigezind nest. Later gaat zij als Nederlands koningin met vakantie in Oostenrijk, dat in opspraak is omdat de neo-nazi Haider er een grote rol speelt.
Prins Willem Alexander is Olympisch bezig met de voormalige (?) fascist Samaranche.
Willem Alexander verkiest Maxima, een dochter van een voormalige minister in een fascistisch regime.
Koningin Beatrix en prins Claus dineren met de voormalige minister in een fascistisch regime.
(Tussen haakjes, over traditie gesproken, is erfgename Beatrix ook nog de 'rijkste vrouw van de wereld') ?

Moeten bovenstaande feiten nu als onschuldige toevalligheden worden opgevat, of moet men er een doelbewuste betekenis aan hechten? Er lijkt toch wel een zekere traditionele instelling uit te blijken.
De lijst is overigens nog met heel veel andere aan te vullen. Ik heb ze bijeengezet in een Vaderlands jaartallenlijstje. Dat is op aanvraag beschikbaar.

De Koning te rijk.

De Koning is onschendbaar.
Dus ondanks veler wens:
wordt misbruik onafwendbaar.
Een Koning is ook maar een mens.

Ter wereld rijkste vrouw
Dat noemt men onze Koningin.
Waarom ziet men nou genau
daar voor Haar verschoning in?

Je (me) maintiendrai, dat geldt
als Oranjes leus.
Eenzaam en alleen, met God en geld
was Wilhelmina's keus.

(Marx schreef Das Kapital.
Wilhelmina had kunnen schrijven: Mijn Kapitaal.)

Actualiteiten.

Op 4 december j.l. maakte het tv-nieuwsprogramma NOVA via de schotel bekend, dat een propagandafilmpje voor Ajax in andere bioscopen dan in Amsterdam en Eindhoven niet kan worden vertoond. Omdat in anonieme dreigementen met vernielingen van de betrokken bioscopen is geschermd.
In januari '01 blijkt in diezelfde tijd in Rotterdam een toneelvoorstelling over Mahomed te zijn gestopt, omdat Islamieten hebben geprotesteerd dat er een vrouw in meespeelde.
Precies door een dergelijk lafhartig gedogen kwam Hitler in Duitsland aan de macht.

Zwart schaap tussen oranje schapen.

Zoals hier al elders is vermeld: tijdens de bezetting collaboreerden de secretarissen-generaal als de officiële vertegenwoordigers van de Londense Nederlandse regering (in feite Wilhelmina) met de Duitse burgerlijk bezettings-bestuurder Seyss-Inquart. Dat moest na de oorlog, en ook nu nog, de doofpot in.
De NSB'er Rost van Tonningen was in mei '41 Trip opgevolgd als secretaris-generaal van Financiën, en hij kreeg er ook nog het nieuwe departement Bijzondere Economische Zaken bij. Rost bleef aan, tot zijn collaboratie door de geallieerde opmars niet meer mogelijk was. Kort na de bevrijding werd Rost gezelfmoord. Doden kunnen nu eenmaal niet spreken.
Wie nog wel kan spreken, is zijn weduwe. Zij geniet een staatspensioen. Zij krijgt dan ook nog de kans om nazi- ideeën te spuien. Ongestraft, hoewel het bij de wet verboden is!
Naar aanleiding daarvan zond ik op 7 december jl. aan de Orde van Advocaten de volgende e-mail:
"Edelachtbare heren,
Mag ik het volgende - brandende maar in de doofpot gestopte - vraagstuk aan u voorleggen?
De onschendbaarheid van de Nederlandse Koning lijkt mij in strijd met, want beperkend voor, de rechten van de àndere Nederlandse en niet-Nederlandse mensen.
Van te voren bepaalde Grondwettelijke onschendbaarheid is natuurlijk een provocatie tot (machts)misbruik. Daarvan zijn in het verleden talrijke voorbeelden te geven, met voor de gemeenschap kwalijke, zelfs dodelijke gevolgen. Deze voorbeelden van misbruik zijn voor het merendeel bekend, maar niet of nauwelijks als zodanig opgemerkt en niet erkend door de Nederlandse historici, de Nederlandse rechtspleging, en dus de Nederlandse samenleving.
Deze onschendbaarheid wordt nog versterkt door het begrip majesteitsschennis - dat toch gevoeglijk, nu de mensen als gelijk geboren worden beschouwd en zijn verklaard - als middeleeuws kan worden gekenschetst.
Nu is mijn praktische vraag: hoe kan ik als gewoon burger dit probleem aankaarten, en eventueel gerechtelijk aanhangig maken? En, nog praktischer, wat brengt dat aan kosten mee?
Anderzijds zag en hoorde ik enige tijd geleden 'Arthur Seyss-Inquart, Marionette des "Führers"', (Eine Produktion von ORF und 3sat. 2000) de door de Nederlandse staat gepensioneerde weduwe Florence Rost van Tonningen verklaren, dat Seyss-Inquart "ein sehr anständiger Mensch" was, en dat "solche Leute" in Neurenberg veroordeeld zijn en daarna opgehangen of anderszins omgebracht, dat "ist ein Verbrechen". Want de laatste oorlog was er, volgens haar, een tussen de joodse vrijmetselarij en het nationaal-socialisme. Kortgeleden kreeg zij ook nog de gelegenheid fascistoïde uitspraken te doen in de Nederlandse tv-uitzending Het zwarte schaap.
Ik neem aan dat zulke uitlatingen kunnen worden opgevat als een aansporen tot het strafbare feit van verbreiding van fascistische en racistische denkbeelden.
Ook daartegen zou ik wel (persoonlijk) gerechtelijke stappen willen ondernemen. Hierbij stel ik weer dezelfde praktische vragen: hoe en wat kost dat?
Ik dank u voor uw aandacht, en ik verwacht graag uw antwoord."
Daar wacht ik nu nog op.
Aan De Nederlandse schotel-tv BVN/Wereldomroep zond ik op 10 december in een e-mail onder 'zwart schaap en onschendbaarheid' bovenstaande tekst, met de toevoeging:
"Bovenstaande tekst is opgenomen in mijn web-site: http://perso.wanadoo.fr/doofpot.nl/
Nu wil ik een wedje maken dat u mij niet als zwart schaap zult durven uitnodigen om mijn verhaal te vertellen aan oranje schapen."

Kleur bekennen.

Voor het eerst is in de USA een 'zwarte' tot minister benoemd. Men heeft dit 'bleekgezicht' op de tv kunnen aanschouwen, in een zwart kostuum dat men nu ook rustig wit mag noemen. Dit lijkt een nieuwe vorm van 'black powell'. De leus blijft: 'The white man on the white place'.
Zo wordt in Nederland oranje voor brandschoon wit aangezien.

Afgeschilderd.

Theo van Gogh, die de befaamde familienaam met zijn praatjes besmet, hekelt in NRC/Handelsblad van 22.12. j.l. H.J.A. Hofland en Rudy Kousbroek. (Beiden hebben niet willen antwoorden op door mij aan hen geschreven brieven over brandbare politieke zaken.)
Van Gogh trapt de wijdopenstaande deur in, waardoor men al sinds mensenheugenis heeft kunnen zien, dat kunst en kapitaal zo nauw zijn verbonden. Dat hebben wij al kunnen waarnemen, van Praxiteles, via Da Vinci tot Beethoven - om maar een greep te nemen. Hun opdrachtgevers waren feodale of religieuze geldbulkers, van bijvoorbeeld Cleopatra tot Beatrix - 'bien étonnées de se trouver ensemble'.
De laatste stelde in haar jongste kerstrede, op de traditioneel majesteitelijk bekakte wijze, vooral haar eigen familieleed ten toon. Misschien heeft de brave Claus zijn narigheden wel opgelopen toen hij, als lid van een Totenkopf-regiment, in de 'afdeling Sturmgeschütze' vocht aan het Noord-Italiaanse front. Het is natuurlijk zielig, maar er is wel zieliger te vinden.
Ook moest door HM de praktijk van het leven even worden geëerd. Zoals haar oma vanuit Londen in haar eerste radiorede tot het Nederlandse volk sprak van "de heiligste goederen" (in plaats het heiligste goed), zo heeft Beatrix het over "een uitdaging tot handelen in de wereld van vandaag". Daarbij zal, net als toen, het handelen in olie niet zijn vergeten. Het door Haar gepropageerde verzetten tegen onrecht en liefdelóósheid (in plaats van liefdeloosheid), zal niet gelden voor de bevolking van het olierijke Nigeria. Daar zal haar wens van "hoop, geloof en liefde" loos zijn.
Mèt bovengenoemde geldbulkers predikt Van Gogh in zijn slotzin: "Commercie is de reddende engel van de wereld." Halleluja, amen.
De door Van Gogh zo verguisde Hofland, die het Hof zo graag het hof maakt, doet in hetzelfde nummer van de NRC/Handelsblad ook een duit in het zakje. Onder de titel 'Even slikken, even wennen', doet hij een schijnaanval op de Nederlandse handelsgeest. Omdat de symbolen van Nederlandse burgerlijkheid: Libelle, Nieuwe Revue, Margriet en Panorama te koop staan. Hofland besluit: "Op Decima moesten de Hollandse kooplieden van de Japanners op de bijbel spugen voor ze mochten handelen. Holland annexeert zichzelf, zei Bismarck. Holland stik dan in je centen, in je kaas en in je krenten, dichtte Willem Elsschot. De vrije markt is de grootste vijand van het vrije woord, heb ik een poosje geleden geschreven, tot boosheid van velen. Neem een baantje bij de VNU." Zo besluit Hofland.
Dit is een schijnaanval, want andere handelszaken worden door hem niet aangeboord. Wanneer ik Hofland vraag om daar eens over te schrijven, en om man en paard, of vrouw en koets, nu eens te noemen, doet hij er hoffelijk het zwijgen toe. Dat in Nederland bij de Grondwet is vastgesteld dat de koning(in) onschendbaar is, dat de officieren haar trouw moeten zweren, dat zij stierven en eventueel zullen sterven voor Koningin en Vaderland, in plaats van voor vrijheid en rechtvaardigheid, lijkt mij als het spugen op de toch al zo besmette democratie.
Met het publiceren van zulke tegenstrijdige meningen houdt ook NRC/Handelsblad zijn betalende lezertjes in het gareel. Ieder is tevreden met het aan hèm gerichte aandeel uit deze journalistieke gaarkeuken-pot-nat. Zo houden de 'multinationals', net als het Nazidom, dank zij een handjevol meelopende doordravers, de hele boel in bedwang.
Daar het mijn bedoeling is, om door het publiceren van mijn opvatting van het Englandspiel ook tegen de huidige voortzetting daarvan verzet te plegen, wil ik hier nog een andere onthulling oprakelen.

Ander 'telegraaf'-verkeer, andere valse voorlichting.

In het kader van bovengenoemde massa-indoctrinatie is het interessant het volgende te vernemen. Hieruit blijkt dat de valse voorlichting van tijdens de oorlog nog zijn echo's vindt in de huidige waardering van bepaalde kranten tijdens de bezetting, zoals bijvoorbeeld De Telegraaf.
Het algemeen gangbare oordeel was en is, dat deze krant de meest Duits gezinde en collaborerende was.
Deze fabel is de wereld ingebracht door Gerrit Jan Van Heuven Goedhart. Dat was een handige, maar ook vals spelende jongen. Het begint al bij zijn naam; dat Van Heuven heeft hij er eens bij gekocht.
In de dertiger jaren was hij hoofdredacteur bij De Telegraaf - waarin hij schreef, dat Hitler in de verkiezingsstrijd een motorische kracht was zoals slechts weinigen - en daarna van het Utrechts Nieuwsblad.
De journalist H.A. Lunshof zou hierover in 1950 een boekje open doen, getiteld: Vlag Halfstok, Een stu-die in Onrecht. Hij vermeldt daarin o.a.:
"Ook met het dagblad 'De Telegraaf' is een Englandspiel gespeeld." "Men was bang, dat een herrezen onafhankelijke 'Telegraaf' deze allernieuwste (naoorlogse) tijd, dit feest van onwaarachtigheid, niet goed gezind zou zijn. Daarom moest hij uit de weg geruimd worden."
Hier kan worden opgemerkt, dat dit ook al was getracht in de Duitse bezettingstijd. Toen leurde men ook met de nieuwe tijd. Lunshof laat weten:
"In 1942 deden de hoofdredacteuren van de Arbeiderspers, van het Algemeen Handelsblad en van het Nationale Dagblad, respectievelijk de heren S.S. Hoogterp, drs. W. Goedhuys, en Joh. Raatgever, het-zelfde, wat in 1946 en '47 hoofdredacteuren van zekere kranten in bevrijd Nederland deden, zij rekwestreerden. Zij rekwestreerden in '42 aan Mussert met een klacht, over de anti-nationaal-socialistische politiek van 'De Telegraaf'."
De drie hoofdredacteuren beklaagden zich als volgt: 'Sedert het doorbreken der nationaal-socialistische revolutie heeft de pers in Nederland een positief voorlichtende taak gekregen. De grote bladen zijn niet meer uitsluitend commerciële ondernemingen, welke schrijven wat de lezer het liefste is, maar zij zijn organen van openbaar nut geworden, die, ieder op hun eigen gebied, voor hun lezerskring één zelfde plicht hebben, het Nederlandse volk te brengen tot aanvaarding der nationaal-socialistische levens-houding. De pers zal deze taak echter slechts kunnen vervullen, indien zij een gesloten front vormt. En indien zich niet in haar rij leden bevinden, welke slechts schoorvoetend de nieuwe wegen gaan. Want het publiek, dat altijd de lijn van de minste weerstand volgt (toen, zoals vandaag, CD), zal zich dan steeds tot die bladen wenden, waarin de minste nationaal-socialistische voorlichting te vinden is, waardoor de taak der positief schrijvende bladen onmogelijk wordt gemaakt. De toestand der Nederlandse pers is thans, in 1942, aldus:
Tegenover de positief schrijvende grote bladen, met daarachter vermelde abonné-cijfer:
Het 'Nationale Dagblad'  25.000
Het 'Algemeen Handelsblad'  40.000
De 'Nieuwe Rotterdamse Courant' 26.000.
staat de nog steeds saboterende 'Telegraaf' met  80.000 abonné's.
Tegenover de Arbeiderspers (tot voor kort 84.000, thans weer 100.000 abonné's) staat 'Het nieuws van de Dag' met het voor Nederland fantastische cijfer van 350.000.
Het psychologisch effect van het feit, dat een groot blad als 'De Telegraaf' zich nog altijd veroorloven kan anti-nationaal-socialistische en anti-Duitse politiek te voeren, is ernstig. De houding van 'De Telegraaf' en het 'Nieuws van de Dag' is een zeer ernstige rem voor het nationaal-socialistische ontwaken van Nederland.
Samenvattend kan worden geconstateerd, dat de politiek, welke 'De Telegraaf' doelbewust voert, speculeert op de behoudende elementen in Nederland, welke op een Engelse overwinning en op de terugkeer van het oude hopen (de hoofdredacteur Goedemans verklaarde een half jaar na de (mei!)oorlog aan één der ondergetekenden: 'Ik hoop natuurlijk van harte, dat de Koningin terugkomt').  Opgemerkt moet worden, dat 'De Telegraaf' ook thans dezelfde politiek voert tegen het Nederlandse belang als in de vorige oorlog, waaraan ten spoedigste een eind dient te worden gemaakt.'
Tot zover de protesten tegen de niet voldoend collaborerende Telegraaf.
Om dit verhaal wat af te ronden, leze men wat in dit verband Lunshof nog verder heeft vermeld.
Over de onteigening van De Telegraaf  zijn telegrammen tussen bezet gebied en Londen over en weer gestuurd. Op de conferentie in Genève heeft de daarbij betrokken minister Van Heuven Goedhart voor-gesteld "het publiceren van geheime stukken te bestraffen." Was het uit "Angst, dat men de telegrammen eens op tafel zou gooien, waarmee hij de illegaliteit bewerkte en voorbereidingen trof voor de confiscatie van 'De Telegraaf'?
De rol van Van Heuven Goedhart van het illegale Het Parool lijkt niet al te fraai te zijn geweest. Wij herinneren hier enkele andere bijzonderheden.
De gebeurtenissen rond Wiardi Beckman, Goedhart en Pasdeloup waren, in het voorjaar van '42, het begin van de verwijdering tussen de oprichters van Het Parool, waarvan Pieter 't Hoen (pseudoniem van Frans Goedhart) als enige zodanig in de kop werd vermeld. Die oprichters waren behalve Goedhart: Lex Althoff, Vorrink en mr. Warendorf. Goedhart had hierin een zeer groot aandeel. Het drukken en verspreiden kwam voor een goed deel op de schouders van Vorrink en zijn SDAP. Ook met Van Heuven Goedhart was er zeer nauw contact.
In 'Het Englandspiel volgens Poos en Slagter' brengen deze V-mannen na de oorlog het volgende licht: "Frans Goedhart heeft uiteindelijk, ten koste van de gehele onderneming, zijn zin weten door te drijven en daardoor is het mogelijk geworden, dat de Duitsers het zo gewraakte Englandspiel konden beginnen en opbouwen (dit is dus nog weer een àndere aanwijzing voor het begin van het  'Spiel'). Dit zou niet mogelijk geweest zijn, indien Frans Goedhart naar goede raad had willen luisteren of tot dat hout had behoord waaruit men helden snijdt". Zij voegen er nog aan toe, dat Goedhart in Engeland Het Parool zou hebben willen laten drukken en door vliegtuigen laten uitgooien. Wiardi Beckman en Vorrink waren daar tegen.
Nog iets anders: Van Heuven Goedhart stond in relatie met Meyer 'Schwencke' (die weer een vertrouwensman van Englandspiel-leider Schreieder was) - en diens broer Meyer, die bij de Parool-groep was geïntroduceerd.
Van Heuven Goedhart zou met hulp van Meyer 'Schwencke' naar Engeland komen. Vier weken na zijn aankomst in Londen, op 12 juli '44, werd Van Heuven Goedhart door koningin Wilhelmina benoemd tot minister van Justitie...
Het is in een van de gebouwen van de al van vóór de oorlog als antisemitische bekend zijn de schend-schrijver, Meyer Schwencke, tijdens de bezetting zwaar collaborende uitgever van o.a. de SS-instructieboeken, dat Het Parool zich na de 'bevrijding' heeft gevestigd.
Door al dit smerige geknoei liepen de bona fide verzetslieden die meewerkten aan Het Parool natuurlijk extra grote kansen om aan de Duitsers te worden verraden. Dat zou dan ook blijken toen er een groep van hen ter dood zou worden veroordeeld en gebracht - terwijl Frans Goedhart daarbij wonderbaarlijk zou worden uitgesloten, en nog wonderbaarlijker aan zijn bewakers zou kunnen ontsnappen...

Wilhelmina en het verzet.

In het laatste nummer van Kontakt (het tijdschrift van nfr/vvn-expoge, december 2000) staat een artikel van Bas Groeneweg, waarin sprake is van een proclamatie van koningin Wilhelmina op 13 mei 1940, waarin zij het Nederlandse volk opriep tot "moed, volhouden en verzet."
Zij besloot met de woorden: 'Het Nederlandse grondgebied zowel in Europa als in Oost- en West-Indië, blijft een soevereine staat die zijn stem als volwaardig lid der statengemeenschap zal blijven laten horen. Ik en mijn regering zullen ook thans onze plicht doen. Doet gij de uwe, overal en in alle omstandigheden, ieder op de plaats, waarop hij is gesteld, met de uiterste waakzaamheid en met de innerlijke rust, waartoe een rein geweten in staat stelt."
Ik zie daarin geen woord over verzet.
Wij hebben hier dan ook te maken met geschiedvervalsing en met een 'Stalinistische' verafgoding van koningin Wilhelmina.
Deze rede, een met Wilhelmina gecorrigeerde tekst van minster Van Kleffens, werd in feite op 14 mei door een omroeper voorgelezen. Er werd ook in gezegd: "Daar waar de overweldiger heerst, moeten de plaatselijke burgerlijke overheden alles blijven doen wat in het belang der bevolking nuttig kan zijn, en in de eerste plaats medewerken (collaboreren) tot het bewaren van orde en rust."
Minister-president De Geer zou op 20 mei de ambtenaren zelfs nog aanbevelen "zo goed mogelijk met de Duitse autoriteiten samen te werken".
De oproep van 18 juni van de Franse rebellerende generaal De Gaulle liet een ander geluid horen.
"Aan alle Fransen.
Frankrijk heeft een veldslag verloren!
Maar Frankrijk heeft de oorlog niet verloren!
Toevallige regeerders hebben kunnen capituleren, paniek zaaiend, de eer vergetend, het land overleverend aan de dienstbaarheid. Maar niets is verloren!
Niets is verloren, want deze oorlog is een wereldoorlog. In de vrije ruimte zijn onmetelijke krachten nog niet ingezet. Op een dag zullen die krachten de vijand verpletteren. Die dag moet Frankrijk aanwezig zijn bij de victorie. Dan zal zij haar vrijheid en haar grootheid hebben herwonnen. Dàt is mijn doel, mijn enige doel!
Daarom vraag ik alle Fransen, waar zij zich ook bevinden, om zich te verenigen met mij in de actie, in de opoffering en in de hoop.
Ons vaderland is in levensgevaar. Laten wij allen strijden om haar te redden!
Leve Frankrijk!"

De heer Groeneweg vermeldt verder oa. dat op 28 november 1987 in Den Haag tegenover het Paleis Noordeinde een standbeeld van Wilhelmina werd onthuld. Hij besluit zijn artikel met een persoonlijke noot. (Het was niet als voormalig verzetsstrijder, of zelfs als Oranje-aanbidder, maar:) "Als divisie-directeur van een industrie- en handelsmaatschappij had de schrijver van dit artikel de eer de aanleg van dit monument te mogen realiseren."
Zaken zijn zaken!

Turkije en  genocide van de Armeniërs.

De Franse regering heeft op 18 januari 2001 de genocide van de Armeniërs door de Turken officieel erkend. Andere landen, zoals de USA, hebben die genocide wel opgemerkt, maar niet officieel als zodanig erkend.
Deze misdaad vond plaats van 1915 tot 1917, toen al eerder het Ottomaanse Rijk, het danmalige ver uit zijn grenzen gegroeide Turkije, behalve uitgestrekte zuidelijker gelegen gebieden, oa. ook Bulgarije, Griekenland en Armenië had bezet. Het ottomaanse Rijk streed in de Eerste Wereldoorlog, '14-'18, aan de zijde van Duitsland. Verschillende van de door de Turken bezette volken, w.o. de Armeniërs, trachtten van de gelegenheid gebruik te maken om het Turkse juk af te schudden. Dat werd door de Turken bestraft met de uitroeiing van 1,5 miljoen Armeniërs en de deportatie van veel anderen naar het zuidelijk deel van het Rijk.
Na de Duits-Turkse nederlaag van 1918 werd het Ottomaanse Rijk ontmanteld. De latere Turkse regeringen dragen dus geen verantwoordelijkheid voor die genocide.
De huidige regering van  Turkije - waar nog geen democratie heerst - heeft nu, na de Franse erkenning van de genocide, haar ambassadeur uit Frankrijk teruggeroepen - waarmee nogmaals wordt bevestigd dat ook de huidige Turkse regering deze genocide nog niet erkent. Toegegeven wordt slechts, dat 200.000 Armeniërs het slachtoffer waren geworden van een gerechtvaardigde repressie van de opstand.
Een vergelijking kan worden gemaakt. De huidige Duitse regering is ook niet verantwoordelijk voor de Holocaust. Niettemin hebben de naoorlogse Duitse regeringen die Holocaust erkend, en gelijk daarmee de schuld van de danmalige Duitse (Nazi-)regering, en zelfs van het Duits volk.
Zomin als de huidige Turkse regering de schuld van haar regering en volk in de genocide heeft willen erkennen, zomin heeft de huidige Nederlandse regering ooit 'alleen maar' haar regeringsschuld in het Englandspiel willen erkennen. Het Nederlandse volk droeg daarin als zodanig niet de minste schuld.

Het Lybische balletje in de Amerikaanse goocheldoos.

De Lockerbie-affaire, die op 21 december '88 ontstond met het neerstorten van een Pan Am-vliegtuig ten gevolge van een bomaanslag, heeft eind januari 2001 in Den Haag zijn 'besluit' gevonden. De internationale goegemeente, en de media slikken dit.
In Vrij Nederland werd echter op 29 april 2000 onder de titel 'Het Lybische balletje in de Amerikaanse goocheldoos' het volgende geschreven.
De Palestijnen Jibril en Khreesat bleken bij de aanslag betrokken te zijn. Ahmed Jibril was de leider van het Volksfront voor de bevrijding van Palestina, Khreesat was zijn bommenspecialist. Na een onderzoek kwamen vier van de vijf bommen van Khreesat boven water; "de zesde moet die van de Pan Am zijn."
Op 11 mei '89 bevestigde een anonieme FBI-functionaris de betrokkenheid van de beweging van Jibril.
De oud-medewerker van de Israëlische Mossad Juval Aviv, de directeur van het detectivebureau Interfor, dat door Pan Am was ingeschakeld, ontdekte het bestaan van een drugslijn tussen het Midden-Oosten, Duitsland en de USA, geëxploiteerd met medeweten van de CIA. De heroïne was afkomstig van de Syrische drugs- en wapenhandelaar Mozer Al-Kassar. Die speelde in 1985 en '86 een rol bij de heimelijke leverantie van wapens door de USA aan Iran (Irangate). Een op eigen houtje opererend team van de CIA zou al-Kassar beschermen, onder de code-naam operatie-Corea, als hij ze op de hoogte zou houden van het lot van Amerikaanse en Britse gijzelaars, onder wie Terry Waite, vastgehouden in Libanon door Iran gefinancierde Hezbollah-strijders. Al-Kassar onderhield ook betrekkingen met de geheime dienst van Syrië, dat in Libanon de lakens uitdeelde. Zijn vrouw was familie van president Assad van Syrië. Juval Aviv ontdekte dat drugskoeriers van al-Kassar op de luchthaven van Frankfurt een onschuldige koffer incheckten voor naar de USA. Turkse medeplichtigen verwisselden hem voor een met een paar kilo heroïne. "De CIA stond erbij en keek ernaar."
Ook Jibril had lucht gekregen van deze smokkelroute van Al-Kassar. Hij wilde een bom laten meeliften in een door de CIA beschermde heroïnekoffer. Door 'extremistische Turken' op de bagageafdeling werd dat verzorgd, een ook omgekomen nietsvermoedende Libanese Amerikaan Khalid Jafaar uit Detroit had als Trojaans paard gediend. De Amerikaanse overheid liet (en laat) niets los over de operatie-Corea uit 'staatsveiligheid'.
Lester Coleman, voormalig lid van de Amerikaanse Defence Intelligence Agency (DIA) kende Jafaar toen die bij de Drugs Enforcement Administration op Cyprus was, en als informant/infiltrant betrokken was bij heroïnetransporten naar de USA, in samenwerking van de DEA met de CIA.
De republikeinse regering van George Bush zag een "monsterachtig groot schandaal op zich afkomen".
Vrij Nederland schreef: "Het ziet ernaar uit dat de verdediging van de Libische verdachten straks geen bom nodig heeft om de Schotse aanklacht op te blazen." Ik schreef aan VN: Dat blijft nog de vraag... op 2 mei 2000.
Dat is nu gebleken. Toevallig is nu de zoon van Bush president van de USA...
Barbertje moet hangen. De 'dader' heeft nu levenslang gekregen. Net zoals Van der Waals als de schuldige van het Englandspiel werd veroordeeld. Maar, net als toen: wie de opdracht gaf is niet uit de bus gekomen!
Onderwijl is Al Amin Megrahi, die de bom maakte, veroordeeld tot levenslang, en Fhimah vrijgesproken. Op 4 februari zou Khadafi met bewijzen komen voor hun onschuldigheid, en de werkelijk schuldigen aanwijzen. Maar er kwam niets van.
Bush heeft, voorzichtig en sussend, verklaard geen stappen tegen Lybië te zullen ondernemen.

Multinationale belangeloosheid.
Shell, Philips en Unilever.

Kortgeleden werden de kolossale winsten van Shell, Philips en Unilever in de Nederlandse media breed uitgemeten.
In een oorlog speelt de economie natuurlijk ook een rolletje. Er is dan ook bij de Nederlandse regering te Londen, die wordt overheerst door koningin Wilhelmina, 'de rijkste vrouw van de wereld', voorjaar 1943, sprake van een Inlichtingendienst Economische Zaken. Minister Kerstens heeft er sterk op aangedrongen.
Hier komt Springer, de naar Londen gestuurde boodschapper van Vorrink, aan bod. Springer, aanvankelijk gezien als 'foute koerier', heeft er een plan voor moeten opmaken. Maar het is gestrand in de Ministerraad. "Door toedoen van de heren Lovink en Warners, zelfs schriftelijk." Omdat naast het Bureau Inlichtingen met Somer (dat al onder toezicht staat van Wilhelmina en Bernhard) geen economisch inlichtingenbureau nodig leek.
Men zit daarom nog niet in nood in Londen.
In 1942 (als de Duitse eindoverwinning nog in het verschiet lijkt te liggen) is door minister Van den Broek ingesteld de Industriële Advies Commissie, voor het herstel van de industrie. Daarin zitten "kopstukken van de grote concerns met hun adviseurs". Maar Springer heeft "niets gemerkt van een politiek drijven van deze mensen, die zich vrijwillig ter beschikking hadden gesteld." Dat stelt Springer vast, die lid is van deze commissie, en die zijn positie aan koningin Wilhelmina te danken heeft.
Behalve lid van de Industriële Advies Commissie is Springer, tot 1944, ook waarnemend chef van de Afdeling Nijverheid van het Departement van Economische Zaken.
Op een zeker ogenblik krijgt Springer de mededeling van de minister, dat hij uit de commissie moet. De Departementsambtenaren mogen er geen deel meer van uitmaken.
Men kan ook opmerken, dat nu aan die Industriële Advies Commissie de vrije hand wordt gelaten, zonder ambtenaarlijke pottenkijker.
PEC-voorzitter Donker vindt dat dit het bewijs is "dat de Regering van die initiatieven, die uit die richting kwamen, niet veel wilde weten". Waarmee hij het weer eens verdoezelend formuleert. Want Springer verklaart juist, dat de reden voor de weerstand bij het Kabinet (hij laat dus de koningin er buiten) "was een soort angst voor de concerns." "Het was een angst, voortkomend uit het Kabinet (dus niet van de Regering: Kabinet plus koningin) voor een politiek, die gedreven zou kunnen worden door de grote concerns."
Niet zonder betekenis lijkt hier het verband met de Woltersom-commissie.
Die had voor bezet Nederland al in de zomer van '41 van de Londense Regering, bij monde van Van Haersma de With, als plaatsvervanger van de gezant in Bern, de goedkeuring gekregen voor zijn collaboratie als lid van de "Siebenerausschuss, die regelmatig de Reichskommissar en zijn Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft moet adviseren, en vervolgens van een tweede commissie die het gehele bedrijfsleven dient te reorganiseren volgens het Duitse model". Ook de secretarissen-generaal Snouck Hurgronje en Hirschfeld kregen bij die gelegenheid ook absolutie en aanmoediging voor hun collaboratie. Woltersom zal volhouden dat de Regering  'de koningin dus, achter hem stond; er werd zelfs rondverteld dat hij daaromtrent een schriftelijk bewijsstuk in een kluis had liggen."
Zo werkt dus Woltersom als voorzitter van de Organisatiecommissie voor het Bedrijfsleven in het bezette Nederland. En ook in Londen is het 'bedrijfsleven' actief.
"Maatschappijen als (Koninklijke/)Shell, Unilever en Philips hadden de beschikking over een zeer grote kern goede deskundigen, die wij voor de gedetailleerde industriezaken, zoals de ramingen, hard nodig hadden. Wij zaten met leken en dilettanten. De grote Nederlandse (of multinationale?) ondernemingen waren steeds bereid haar deskundigen con amore ter beschikking te stellen om de Nederlandse zaak te dienen." Zo stelt niettemin de ietwat naïeve Springer vast.
Langs de 'Zwitserse weg' zullen Wilhelmina en de Regering contact hebben met bezet Nederland. Philips' directie-secretaris De Graaf die, in alle eer en deugd, al sinds 1933 kind aan huis is bij de Gestapo, zal daarin een rol spelen.
Nadat op 21 maart '42 de Buitengewone Raad van Advies is opgericht, keren gematigde linkse figuren zich daartegen en vormen het Comité van Actie tegen het Neo-Fascisme. Men ziet die Raad als een semi-fascistisch model voor na-oorlogse staatsinrichting. In Londen is ook sprake van 'Oranjefascisme'.
Genoemde Van Haersma de With, die ook aan die Zwitserse weg timmert, zal in 1943 uit Zwitserland naar Londen komen en secretaris-generaal worden bij Gerbrandy...

Deze Londense oorlogs-, bezettings- en collaboratiegeschiedenis kan gevoeglijk in verband worden gebracht met de hierboven genoemde kolossale winsten van de door Springer genoemde "maatschappijen als ('Koninkijke'/)Shell, Philips en Unilever.
Ik zond daarover op 9 februari jl. de volgende e-mail aan de Nederlandse schotel-tv: 'studio nl' en 'NOS-journaal'.
"Geachte beste mensen,
Naar aanleiding van de winsten van o.a. Shell wil ik graag de volgende vragen stellen - en er een antwoord op verwachten:
- Waarom wordt steeds de Shell niet aangeduid als 'Koninklijke'/Shell. Heet die niet eigenlijk zo?
Als ik het wel heb, komen de winsten ten goede aan de aandeelhouders.
- Behoort het Huis van Oranje niet tot die aandeelhouders?
Was voor de oorlog koningin Wilhelmina niet, mede daardoor, de 'rijkste vrouw van de wereld'?
Hoe staat het nu met koningin Beatrix? Als Het Huis van Oranje maar één % van de aandelen zou bezitten, dan betekent dat al 300 miljoen winst voor het jaar 2000.
- Zouden daardoor de 'zuiver' Nederlandse belangen en de 'zuiver' Oranjebelangen wel eens kunnen worden verward of verwisseld?
Toekomstig Philips-president Kleisterlee, iemand "die direct communiceert", verklaart lachend van pret: "U komt zo weinig mogelijk te weten als ik maar enigszins kan bereiken."
- Kunnen wij er van uitgaan dat ook de 'Koninklijke'/Shell president Van der Veer zo'n instelling heeft?
- Ligt hier niet een taak voor de Nederlandse media, om wat meer klaarheid te brengen?
Het lijkt ook koren op de molen te kunnen zijn voor de geschiedenisleraren die vinden: de "ontwikkeling van het historisch besef is belangrijk"
Dank voor uw aandacht. Ontvangt mijn vriendelijke groeten."

Ik kreeg (natuurlijk) geen antwoord.

Onderwijl kwam het goede nieuws, dat de grote concurrent van de 'Koninklijke'/ShellExxon/Mobil,de General Motors Corporation zullen overtreffen als grootste USA-onderneming. De CO2 uitstoot is zo dus voor de komende jaren goed verzekerd.

Schijnheiligheid.

Nederland steekt in schijnheiligheid de USA naar de kroon. Voor de godsdienstigheid wordt door beiden op het geld, het zg. 'slijk der aarde', reclame gemaakt. Ook op de 2-Euro-munt zal de integristische propagandistische kreet GOD ZIJ MET ONS weer verschijnen - wat toch als een aanfluiting van de agnostische of atheïstische helft van de Nederlanders kan worden beschouwd. Maar geen haan die er naar kraait.
De graag geroemde Nederlandse nuchterheid blijkt een wassen neus te zijn.
Op tal van gebieden kan men in het modegevoelige Nederland danig uit de band springen. Van de Calvinistische onverdraagzaamheid, via de indertijd tot de spits gedreven minirokkenmode, via de gedurige Oranjegekte, tot de 'dat klopt'-manie en de wijdverbreide ejgejlijke ej-uitspraak - vroeger als 'Goois' aangeduid. Het lijkt niemand te hinderen.

De taal is vaak onthullend voor de invloed van het geloof. Zo zegt men vaak, ook in andere talen, 'ik geloof, dat' - terwijl een nuchter mens beter doet te zeggen: 'ik denk dat'.
Dat het moeilijk blijkt geloven en denken te scheiden bewees de, ook Haagse, Descartes.
Die schreef: "Om de waarheid te bereiken, moet men eens in zijn leven zich ontdoen van alle denkbeelden die men heeft ontvangen, en vanaf de grondvesten, (van) alle systemen van zijn verworvenheden."
Het lukte hem niet, want Descartes "ondekte toen de waarheid van zijn eigen bestaan en het bestaan van God. Hij kwam tot de conclusie: 'Ik denk, dus ik ben' - en niet 'Ik geloof, dus ik ben'. Terwijl hij dat eigenlijk bedoelde!