Tekst van 11.12.00. herzien en aangevuld op 02.03.01.
Onderaan: Nederlandse nuchterheid.


Misleiding.

Als wij het begrip 'misleiding' en zijn toepassing tijdens de Tweede Wereldoorlog willen doorgronden, moeten wij eerst even bekijken hoe, in het algemeen, de mens ontvankelijk kan zijn voor misleiding.
Al eerder is hier de gewenning aan misleiding van kindsbeen aangetoond met Sinterklaas, en sprookjes met reuzen, koningen en prinsessen. Later met goden, heiligen en hun vertegenwoordigers op aarde. Men is daarbij niet kieskeurig. Dat bewijst het feit dat het mooie gebod 'Gij zult niet doden'  te niet wordt gedaan door het zegenen van wapens. Ook door de propagandamiddelen wordt het aangetoond, zoals de Amerikaanse dollar is versierd met de spreuk 'In God we trust', de Nederlandse gulden met 'God zij met ons', de Duitse koppelgesp met 'Gott mit Uns' en de Britse koninklijke wapenspreuk met 'Dieu et mon Droit'.

Een teer punt kan hier nu niet worden omzeild: de misleiding, en de zelfmisleiding bij het 'geloof' in onbewijsbare zaken. Natuurlijk staat het ieder vrij om zich plezier te doen, en afleiding van de harde werkelijkheid te zoeken. In droombeelden en idealistische veronderstellingen, in alcohol en andere 'drugs', in het geloof van een hogere macht die het goed met ons voorheeft. Als men maar niet zijn 'drug' aan andere opdringt als de enig zaligmakende, en met beide benen op de grond blijft staan en geen drugs- of godsverslaafde wordt. Tot welke excessen dat laatste kan leiden heeft de vroegere en hedendaagse geschiedenis ons geleerd - van de kruistochten tot de islamstormen. Zoals in alle 'politiek' worden door machtswellustige leiders mensenmassa's misleid en tegen elkaar opgestookt.

                                                 Woord.

                                                 Als men het woord 'heilig' hoort
                                                 is het volgende vaak 'moord'.

Aan de gelovigen in 'de Heer' zou men kunnen zeggen: Geloof in jezelf, dan ben je het heertje.
Affichecampagnes willen ons leren, dat 'Vloeken is aangeleerd.' Alsof bidden niet zou zijn aangeleerd. Alsof alles wat wij weten ons niet is aangeleerd - talloze misleidingen van allerlei aard inbegrepen.
Pas wanneer men volwassen en nuchter is geworden, kan men trachten het kaf van het koren te scheiden.
Een voorbeeld van dikwijls vertoonde zelfmisleiding werd geïllustreerd in 'Shoah' . Iemand vertelt hoe hij de haren van zijn vrouw en dochter moest afknippen, voordat zij de verschrikkelijke dood in de gaskamer zouden ondervinden. Nu durft deze man ijskoud nog te verklaren dat - terwijl zijn geliefden toch meedogenloos stierven - hijzelf door God werd gered!
Toen ik laatst onze identiteitspapieren was vergeten op de fotokopieur in de supermarkt, keerde ik er verschrikkelijk vloekend terug, en vond er onze papieren weer. Moet ik mijzelf nu misleiden, en daaruit de gevolgtrekking maken dat dat dankzij mijn vloeken was?

'De mens wil bedrogen worden', zo luidt een bekende kreet.
De etymologie van het woord bedrog leert ons, dat bovenstaande analyse niet onjuist is.
Bedrog en droom zouden dezelfde stam kunnen hebben, en ook nog in verband staan met jubel! "Misschien mag men als een oorspronkelijke betekenis die van 'extase' aannemen", schreef etymoloog J. de Vries in Prisma Etymologisch Woordenboek. Alsjeblieft.
De mens kan zich op verschillende manieren voordoen, bij
- wat hij denkt,
- wat hij zegt,
- wat hij doet denken,
- wat hij doet.
Niet altijd, om niet te zeggen zelden, ligt er één lijn in deze verschillende fases!
Dat kan met opzet zijn, bijvoorbeeld in het geval van bewuste misleiding.

Bij de opvatting door de ene mens van bovenstaande fases die misleiding kunnen stichten bij de ander, spelen ook nog de volgende factoren mee:
- hoe het werkelijk is,
- hoe hij denkt dat het is,
- hoe hij zou willen dat het zou zijn.
Daar de wens de moeder van de gedachte is, zal de laatste opvatting het meest gewild zijn. Daarmee is zelfmisleiding bereikt - waarvoor, zoals gezien, de weg via opvoeding, traditie en cultuur al was geëffend.
Misleiding is zo oud als de mensheid.

Misleiding in de oorlogspraktijk.

Natuurlijk, al voor het begin van het Englandspiel was er al van misleiding sprake.
De krijgsleuze van Churchill: 'Set Europe ablaze' in plaats van 'Set Germany ablaze' is een duidelijk voorbeeld van enerzijds misleiding, en anderzijds van opvatting in de zin van hoe men "zou willen dat het zou zijn". Wij hebben al eerder aangetoond, dat de leuze 'Set Europa ablaze' past in het kader van de eeuwenoude opvatting van het principe van de machtsverdeling in Europa: Groot-Brittannië zijn Imperium, Duitsland de baas op het Europese vasteland.
Dat daarbij niet hoeft te worden uitgesloten dat Groot-Brittannië baat kan denken te hebben bij een zo zwak mogelijk vasteland van Europa, hoeft geen betoog. Wij hebben al gezien in het hoofdstuk over machts- en krachtsverhoudingen dat Amerikanen al in '42 achterdochtig waren betreffende Churchills bedoelingen.

Een andere misleiding betreft de zogenaamde verwachting van de Geallieerde invasie door de Duitsers aan het Nauw van Calais. Hitler, en ook zijn latere verantwoordelijke voor de kustverdediging generaal Rommel, verwachtten de die invasie hoofdzakelijk aan de Normandische kust en de Cotentin.
Vergeten lijkt te worden, dat de Duitsers de landingstheorieën grondig kenden. Door hun in 1940 geplande landing in Engeland, de operatie Seelöwe, hadden zij zich moeten bezighouden met het ontwerpen van landingsvaartuigen en -technieken, zaken als standen van de maan, eb en vloed, enz. Zij wisten dus welke plaats voor de Geallieerden het meest gunstig moest zijn, en welk moment het meest geschikt.
Rommel koos dan ook voor de plaatsing van zijn hoofdkwartier niet in de buurt van het Nauw van Calais, maar dichter bij de Normandische kust.
Op 9 maart 1944 installeerde Rommel zich in La-Roche-Guyon, aan de noordoever van de Seine, 50 kilometer stroomafwaarts van Parijs, en langs de kortste weg zo'n 160 kilometer ten oosten van Caen. Deze plaats is gunstig gelegen met het oog op een landing aan de kust, van de Baai van de Somme tot aan Normandië. Voor een landing bij Calais had natuurlijk beter een noordelijker gelegen plaats gekozen kunnen worden.
Dat het OKW (Oberkommando der Wehrmacht) nu de streek tussen de Somme en Calais als vermoedelijke landingsplaats zag, doet daar niets aan af. Want volgens Rommel zou, bij Boulogne bijvoorbeeld, de vijand geen enkele kans van slagen hebben.
Hitler zei op 20 maart in een bijeenkomst met zijn chefs van land-, zee- en luchtmacht, dat hij twee plaatsen zag: het schiereiland van Cherbourg (de Cotentin) en dat van Brest. De vijand heeft een grote haven nodig.
De landing bij Dieppe, die in augustus '42 had plaatsgevonden (zogenaaamd als misleiding van de Duitsers!) diende als voorbeeld, hoe de strijd zou moeten verlopen. (Die landing had dus, behalve als (duur) gebaar tegenover Stalin, ook als leerschool voor de Duitsers gediend.) Het OKW bleef bij zijn idee van een landing aan het Nauw van Calais.
Generaal Von Rundstedt verwachtte hem bij de baai van de Somme, zoals aanvankelijk Rommel ook mogelijk achtte. Brest vond Rommel te ver, de Seinebaai (dus Normandië) hield zijn voorkeur, met mogelijke misleidingsacties elders. Voor de Duitse Marine leek de Schelde aantrekkelijk, omdat daar de haven van Antwerpen ligt, dicht bij het Ruhrgebied.
Uit bovenstaande blijkt, ondanks de overheersende positie van Hitler, een verbazingwekkend gebrek aan eenheid in de Duitse beleidsvoering.

De volgende feiten zijn voor Nederlanders als anekdote aardig te vernemen.
Van 23 tot 27 maart ging Rommel op inspectie naar Nederland. De inundaties waren er op gang gebracht. Behalve de versperringen door obstakels in zee, moesten ook hier palen tegen luchtlandingen worden gepoot. De troepen moesten dichter bij de kust worden gelegerd. Opdat de crocuskwekers een minimum last van de inundaties zouden hebben, gelastte Rommel dat de te inunderen strook niet breder dan een kilometer mocht zijn. Evenals in Bretagne en Perpignan, liep bij het nieuwtje van de aanwezigheid van Rommel ook in Breda de menigte te hoop om het wereldwonder met eigen ogen te aanschouwen.

De na-oorlogse misleiding wordt in het hoofdstuk Verdoezeling nader beschouwd.

Sieg-Heiligheid, schijnheiligheid.

Het onverschillige gedrag van Zijne Heiligheid, de Heilige Vader, de Pontificale Souverein, Paus Pius XII tijdens de oorlog tegenover de jodenvervolgingen is genoegzaam gehekeld. Minder duidelijk werd de oorzaak daarvan herinnerd. Die lag in de politieke machtspositie van het Vaticaan als onafhankelijke staat.
Deze zetel van de Katholieke macht werd ingesteld dank zij de fascistische dictator Mussolini in 1929 bij het verdrag van Lateranen. Mussolini was in 1922 in Italië aan de macht gekomen.
Pius XII paste dus wel even op, vooral zolang Mussolini (tot medio '43) aan de macht was.
Het Vaticaan bestaat niet uit bescheiden woningen, maar uit paleizen, de Sint-Pieter basiliek, musea, tuinen en het Sint-Pietersplein, waarbuiten nog 12 andere bouwwerken meetellen.
Het is leerzaam het ontstaan van deze kleinste onafhankelijke staat ter wereld van 44 ha., eens nader te beschouwen.
Het begint al goed. De officiële oorsprong berust op een vals document, de 'Gift van Constantijn' aan Paus Sylvester I, in het begin van de vierde eeuw. De ware oorsprong ligt in de giften aan de Pausen door de keizers van het Oost-Romeinse Rijk (395-1453) en van zekere particulieren, waardoor het 'Patrimonium van Sint-Pieter' ontstond.
In ruil voor deze gift zou natuurlijk door preken in de kerken de macht van de keizers en de 'zekere particulieren' bij de godvrezende massa worden gerechtvaardigd en versterkt.
Op 2 september 1870 werd het Vaticaan, onderwijl teruggebracht tot het Latium', na plebisciet bij Italië getrokken, waarvan Rome de hoofdstad werd. De tijdelijke macht van de Pausen verdween daarmee. Tot de stichting van de Staat van het Vaticaan in 1929.
Macht en geld zijn nauw verbonden, ook bij de godsdienst.
Men kent de pracht en praal van het Katholieke gedoe. Niemand neemt aanstoot aan deze kapitaalverspillende manifestaties van de kerk van het christendom, die tegen ijdelheid predikt.
Wanneer een andere godsdienstleider, Zijne Heiligheid de Dalai Lama, in Parijs komt, wordt voor miljoenen een etage afgehuurd in een van de duurste etablissementen, de Saint James Club.

Nederland steekt in schijnheiligheid de USA naar de kroon. Voor de godsdienstigheid wordt door beiden op het slijk der aarde, het geld, reclame gemaakt. Ook op de 2-Euro-munt zal de commerciële kreet GOD ZIJ MET ONS weer verschijnen - wat toch als een aanfluiting van de agnostische of atheïstische helft van de Nederlanders kan worden beschouwd. Maar geen haan die er naar kraait.
De graag geroemde Nederlandse nuchterheid blijkt een wassen neus te zijn. Op tal van gebieden kan men in  het modegevoelige Nederland danig uit de band springen. Van de Calvinistische onverdraagzaamheid, via de indertijd tot de spits gedreven minirokkenmode, via de Oranjegekte, de 'dat klopt'-manie en de ejgejlijke ej-uitspraak.
De taal is vaak onthullend voor de invloed van (het) geloof. Zo zegt men vaak, ook in andere talen, 'ik geloof, dat' - terwijl een nuchter mens beter doet te zeggen: 'ik denk dat'.

De heilige zuiverheid en de zuivere heiligheid kennen geen grenzen.
De Talimans in Afghanistan, in het zadel geholpen door de USA, doen de beeldenstorm nog eens dunnetjes over. De 1700 jaar oude, 50 meter hoge Boeddhabeelden, deel uitmakend van het internationaal cultureel patrimonium, worden tot gruis gestampt.